Terug naar home
Dierlijk vet, de basis Afzet Sector Bedrijven Productieproces Regels en controle Marktcijfers Duurzaamheid en innovatie Contact Wet en regelgeving Links Meest gestelde vragen Nieuwsbrief Over de informatiecampagne
Koeien Varkens Kippen
Dierlijk vet, de natuurlijke basis voor vele producten

Dierlijk vet komt van slachterijen die koeien, varkens en pluimvee en andere boerderijdieren slachten. De bijproducten leveren dierlijke vetten op die als basis dienen voor een breed scala aan producten, van voedingsmiddelen tot industriële grondstoffen.

'Dierlijk vet' is een veelzijdig product. Het vet dat aan en in het vlees zit, wordt voor een deel samen met het vlees verkocht. Vetten die niet met het vlees worden verkocht en vetten die elders in het dier zitten, worden uitgesmolten en leveren gesmolten vetten en eiwitten op. Deze tweede groep zgn. rauwe vetten vormen de grondstof voor wat in Nederland en andere EU-landen de dierlijk-vetsector wordt genoemd. Koe, varken en kip zijn in Nederland de belangrijkste leveranciers van dierlijk vet.

Dierlijk-vetbedrijven halen hun grondstoffen op bij de slachterijen. Slachterijen proberen vlees en bijproducten een zo hoog mogelijke toegevoegde waarde te geven. Daarom krijgt elk deel van het dier een nuttige toepassing. Het vlees komt op ons bord. De organen en het vet gaan, afhankelijk van de vraag en de geschiktheid, naar de levensmiddelen- of naar de petfoodindustrie. Botten leveren grondstoffen voor de gelatineproductie, huiden liggen aan de basis van gelatine en leerproducten en van varkensharen worden borstels gemaakt.

Als dierlijk vet afkomstig is van dieren die zijn goedgekeurd voor menselijke consumptie, wil dat niet zeggen dat het ook altijd die bestemming krijgt. Het kan namelijk zo zijn dat het dierlijk vet om commerciële redenen wordt ingezet voor de productie van hoogwaardige diervoeders. Omgekeerd is het overigens niet mogelijk om vetten geschikt voor diervoeders (zgn. categorie 3-vet) in levensmiddelen toe te passen. Wordt het vet bestemd voor levensmiddelen, dan wordt het in sommige gevallen nog geraffineerd alvorens het wordt geleverd aan de afnemer. Behalve levensmiddelen en diervoeders zijn ook consumentenproducten, zoals farmaceutische en cosmetische producten, een belangrijke bestemming voor dierlijk vet.
Als dieren niet worden goedgekeurd voor menselijke consumptie, worden de vetten hetzij bestemd voor de oleochemie, waar ze worden verwerkt in bepaalde consumentenproducten en in zgn. technische producten, hetzij als brandstof ingezet in de energiesector bij het opwekken van warmte en elektriciteit.

Een koe weegt gemiddeld 550 kilogram. Bijna veertig procent daarvan is bestemd voor vlees of vleesproducten; zestien procent is na bewerking geschikt voor menselijke consumptie; ongeveer een kwart bestaat uit vleesbijproducten die na verwerking geschikt zijn voor diervoeders dan wel oleochemie, de overige twintig procent is bestemd voor energieopwekking.


Een varken weegt gemiddeld 110 kilogram. Hiervan is ongeveer 62 procent direct eetbaar als vlees of vleesproduct; de overige 38 procent wordt tot de zogenoemde slachtbijproducten gerekend. Vijftien procent bestaat uit vet dat geschikt is voor menselijke consumptie. Bijna twintig procent bestaat uit vetten en eiwitten die bruikbaar zijn in diervoeder. Tot slot is bijna vier procent van het varken bruikbaar als grondstof voor de oleochemische industrie.

Een kip weegt gemiddeld twee kilogram. Alle delen zijn in principe geschikt voor toepassing in voedsel- of diervoeder. Tweederde bestaat uit vlees en vleesproducten; acht procent gaat als dierlijk vet naar de levensmiddelenindustrie en ongeveer een kwart is geschikt voor toepassing in diervoeder.

© 2006 INFORMATIECAMPAGNE DIERLIJK VET   -   DISCLAIMER
<